Fryske Passy 2019

Do 11 april Grote of St Gertrudis kerk Workum
Merk 1
Aanvang 20.30 uur

Za 13 april Noorderkerk Amsterdam
Noordermarkt 48
Aanvang 20.30 uur

Solisten
Jelle Draijer Christus
Ben Brunt Pilatus
Harry van Berne evangelist

Koor
CAPELLA FRISIAE
Sopranen: Inkje Bakker, Renée Brunt, Sophia Faltas, Tineke Vos, Machteld Vossen, Johanna Bart
Alten: Cora dijk, Marijke Beute, Afke Wijngaarden, Judith Bouma, Henrieke Ensing
Tenoren: Klaas Lyklema, Jeroen Helder, Ludwin Hiemstra, Gerard Boukes
Bassen: Hans de wolf, Rein de Vries, Stephan Brekelmans, Peter Hogenhuis, Douwe Kamminga

Instrumentaal ensemble
Pauli Yap vleugel
Wietse Meinardi harmonium

Isabelle Gouder de Beauregard cello
Marc van Rooij contra bas

Jelmer Tichelaar slagwerk
Arjan Jongstra slagwerk
Jarick Bruinsma slagwerk

Hoite Pruiksma dirigent
Gooitsen Eenling regisseur

Theatertechniek Stage Master en Lunatic Lights

Fragment 1: Yn it begjin

Fragment 2: Qui passus est

Fragment 3: Simon Petrus

Fragment 4: As Hy gjin

Fragment 5: It is us net tastien

Fragment 6: Pilatus Jezus

Fragment 7: Motet miserere

OVER DE PASSY

Vorm en inhoud
De Fryske Passy (Jehannes Passy) bestaat uit negen delen. Het eerste en laatste deel zijn gesproken door solostemmen. Het eerste deel refereert aan het Bijbelboek Genesis: ‘In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God, dit was in het begin bij God.’
Het laatste deel vormt tekstueel de hoopvolle brug van Goede Vrijdag (de dag waarop traditioneel het Johannes Passieverhaal wordt gelezen) naar Pasen: ‘Hoe ver is de nacht, wachter, hoe ver? De dag is komende, zegt de wachter, maar nog is het nacht.’
Het tweede en één na laatste deel van deze passie zijn elkaars muzikale spiegelbeeld. De zangers van het koor komen in deel 2 uit vier hoeken (vier windstreken) van de ruimte naar een centrale plaats en lopen aan het eind van het verhaal in deel 8 al zingende terug naar de plek waar zij vandaan kwamen. Vanuit de gedachte dat de wereld uit klank geschapen is, vormen de zangers gelei- delijk aan woorden. Beginnend op enkel de klinkers aa-iii-oo wordt langzaam het woord (p)a(ss)io tot betekenis gesmeed.
Deel 1 en 2 vormen samen het begin; deel 8 en 9 het einde.
In het midden staat in drie gedeeltes het passieverhaal volgens het evangelie naar Johannes. Deze wordt twee keer onderbroken door een a-capella motet in het Latijn als moment van verstilling en beschouwelijkheid. Het Ie deel van het passieverhaal be- schrijft de gevangenneming. Deel II beschrijft de rechtzitting, deel III de executie.
Zo bestaat de totaalvorm uit drie gedeeltes (begin-passieverhaal- einde) waarbij het middelste deel (het passieverhaal) ook weer uit drie delen bestaat (deel I, II, III) onderbroken door een motet:
[wurd] - ‘passio’ - diel I - motet - diel II - motet - diel III - ‘passio’ - [wurd]
_______begjin____ ___________passyferhaal____________ ____ ein_____

Fries versus Latijn
Bewust is gekozen voor het Fries, in de vertelling en gesproken teksten van begin en eind, en Latijn, voor de loopgedeeltes (passio) en beide motetten. Ook is bewust gekozen om in dit boekje wel een Nederlandse vertaling te geven van het Fries, maar de Latijnse teksten niet te vertalen.
Het Fries met zijn klankrijke klinkers, in zijn directheid, aards en een tikkeltje rauw, zorgt dat je als luisteraar heel dichtbij het verhaal staat. Het grijpt je ‘naar de strot’.
Het Latijn, in de motetten, klinkt daar waar het verstand op nul komt. Het Latijn schept een bepaalde afstand, bewust onvertaald, enkel klank, maar toch refererend aan gevoelens die ertoe doen. De beschouwelijkheid moet een gevoel krijgen en geen rationele waarde. Hier klinkt de klank, niet-rationeel, van mensen ‘die het niet begrijpen’, van mensen ‘die er geen woorden voor hebben’.

Het getal drie
Het getal drie speelt in dit werk een belangrijke symbolische rol (zoals ook al in de vorm van het stuk naar voren komt). Petrus verloochent Jezus tot driemaal toe voordat de haan kraait. Op de berg Golgotha staan 3 kruizen met Jezus als gekruisigde in het midden. Er zijn 3 hoofd guren in deze Passie: de evangelist (verteller), Jezus en Pilatus.
Ook in de tonaliteit speelt het getal drie een rol, namelijk in de vorm van de terts (=3).
Gedurende deel I De gevangenneming en deel II De rechtzitting klinken er veel ‘open’ klanken’: kwarten, kwinten en octaven als verklanking van puurheid, strengheid, wetmatigheid en afstandelijkheid en om tevens een objectieve verteltrant weer te geven.
Pas in de 2e helft van het tweede motet O Crux, als overgang naar deel III De executie, is er een ommekeer in klankidioom: voor het eerst klinken er tertsen en sexten als samenklank. De tertsen en sexten geven meer ruimte aan menselijke gevoelens.
Tevens speelt het getal drie een belangrijke rol in het hoofdmotief dat in het hele werk regelmatig terugkeert. Het is een klein, maar in het oor springend passie-/kruismotief van 3 tonen: beginnend op een toon, dan een dalende grote terts en daarna een stijgende kleine terts.

De personages
Elk personage in dit werk heeft zijn eigen karakter in ritme, melodie en toonsoort.
Jezus zingt zijn trage langgerekte melodieën in de waardige toonsoort d klein. Hij roept een monumentaal klankbeeld op van een mens die weet wat hem overkomt; als koning van een rijk die ‘niet van deze wereld’ is.
Pilatus die bang is zijn politieke macht te verliezen, maar tevens worstelt met zijn geweten als rechtschapen Romein, besluit uiteindelijk Jezus te veroordelen. Hij zingt als gespleten guur in twee toonsoorten tegelijk: C groot/Es groot of e klein/ Es groot. Hij weet letterlijk niet in welke toonsoort hij zijn melodieën moet plaatsen. De toestand van zijn gemoed ‘ addert’ hoorbaar alle kanten uit; nu weer boos, geagiteerd, geïrriteerd, dan weer, verbaasd, terughoudend, bedachtzaam en waardig.
De evangelist, de verteller, die buiten de actie staat maar er wel bij betrokken is, zingt het verhaal in een objectieve en berustende toonsoort e klein.
Het koor dat afwisselend de hogepriesters, het volk, de farizeeërs en soldaten verbeeldt, zingt afwisselend in Fis groot en F groot. Een verhoogde toonsoort ten opzichte van die van Pilatus, Jezus en verteller, al naar gelang de groepsdynamiek en emotionele expressie dat van het koor vergt.